Kleuronderzoek in het Zusterhuis en de kapel
In het hart van ‘s-Hertogenbosch ondergaan de monumenten van het voormalige ziekenhuis een grote transformatie. Met het project Het Grôôt Kwartier geeft ontwikkelaar MWPO historische panden zoals het Zusterhuis met de kapel, het Mariapaviljoen, het Stergebouw, de Oude Apotheek en het Regentenhuis een nieuw leven. Binnenkort kun je hier wonen, werken en elkaar ontmoeten in de horeca of het groene park rondom de gebouwen. Aannemer Nico de Bont is enkele maanden geleden gestart met de restauratiewerkzaamheden bij het Zusterhuis. Ook zijn de benodigde sloop- en stripwerkzaamheden in volle gang.
De monumenten dateren uit de 16e tot en met de 19e eeuw. Uiteraard is het bij dergelijk cultuurhistorisch erfgoed belangrijk om zorgvuldig om te gaan met de geschiedenis van de gebouwen. En om die historische informatie dus ook te borgen waar het kan, anders gaat het verloren. “Want als je niets weet over het verleden, hoe moet je dan naar de toekomst kijken? We kunnen veel leren uit het verleden”, licht Diane van der Heijden van gemeente ‘s-Hertogenbosch toe. “Voor het Zusterhuis koos men tijdens de bouw voor warme kleuren in het interieur van ziekenhuizen. Is die kleur destijds bewust gekozen om patiënten een aangenaam verblijf te geven? Zegt de kleur iets over de invloed van kleur op gezondheid en herstel? Meer algemeen kun je stellen dat kleur bijdraagt aan de architectuur van een pand; kleur en vorm versterken elkaar. Mede daarom wordt momenteel een kleurhistorisch onderzoek uitgevoerd bij de kapel en het Zusterhuis en in een later stadium ook bij het Stergebouw en Mariapaviljoen. Daarnaast was het onderzoek een voorwaarde voor het toekennen van een subsidie van Subsidieregeling cultureel erfgoed Noord-Brabant, Restauratie van Rijksmonumenten.

Waarom een kleurhistorisch onderzoek?
Sien Hendriks is restaurator, conservator en onderzoeker en is door MWPO betrokken bij het uitvoeren van het kleurhistorisch onderzoek. We hebben met haar afgesproken in de kapel. “Het doel van het onderzoek is om te achterhalen welke kleuren als eerste zijn toegepast en welke kleuren werden gebruikt in latere periodes. Ook moet uit onderzoek blijken of er bepaalde decoratieve motieven of sjablonen zijn toegepast. Hiermee kunnen we de informatie van de afwerkingsfases documenteren. Zo net aan het begin van de transformatie is dit hét moment om informatie te achterhalen en te borgen: zo bewaren we een belangrijk stuk geschiedenis. Het tweede doel voor MWPO is heel concreet; we willen waar mogelijk de originele kleuren terugbrengen in het interieur, zoals op deuren, kozijnen, vaste kasten, balustrades, muren en plafonds. De resultaten van het onderzoek delen we dan ook met de architect en interieurarchitect, zodat zij mede op basis daarvan kunnen bepalen welke kleuren worden teruggebracht op de interieur elementen.” Het kleurhistorisch onderzoek aan de buitenzijde is uitgevoerd door de Bianca Eikhoudt van de gemeente ‘s-Hertogenbosch. “Daaruit bleek dat er veel tinten oker zijn toegepast. Het warme geel is een veel voorkomende kleur voor historische gebouwen in ‘s-Hertogenbosch; het is een kleur die niet snel veroudert, het verkleurd niet snel door UV stralen. En niet onbelangrijk; het was vroeger een betaalbare kleur” aldus Diane van der Heijden.

“Je komt altijd dingen tegen die je niet verwacht”
Hoe gaat zo’n kleurhistorisch onderzoek in zijn werk? Sien vertelt: “Ik begin met uitgebreid onderzoek in bijvoorbeeld het stadsarchief ’s Hertogenbosch, het Brabants Historisch Informatie Centrum en de beeldbank van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Daarna kijk en voel ik vooral; hoe is de structuur, de glans en de hardheid van de verflagen? Door middel van belichting zie ik verschillen in reliëf op de muur, die kunnen duiden op lijnen of patronen. Dat is vaak de aanleiding om verder te onderzoeken.” Met een scalpel legt Sien voorzichtig de verschillende lagen vrij. Deze stratigrafieën ofwel kleurentrapjes, zien we op verschillende plekken terug in het Zusterhuis en de kapel. Of ze nog verrassingen tegenkwam? “Absoluut. In de ziekenboeg, het linkerdeel van het Zusterhuis met een lagere monumentale waarde, kwamen we marmerimitaties tegen in de lambrisering. Op deze plek had ik het juist niet verwacht, want normaliter worden decoraties vooral toegepast in de ‘rijkere’ delen van een gebouw, zoals hier bijvoorbeeld in de kloostervleugel of de kapel.”
“Er blijven altijd nog vragen over”
Vanaf de metershoge steigers – hoogtevrees moet je niet hebben als kleuronderzoeker – laat ze ons een andere verrassing zien.
De schilderingen op de gewelven en balken blijken toch niet origineel te zijn, waar men voorheen wel van uitging. Hier blijkt nog een decoratieve afwerkingsfase onder te zitten. Ook waren ze lang buiten het zicht omdat er een verlaagd plafond was aangebracht. Tijdens de eerste verkenningen blijken de interieurschilderingen niet op zichzelf te staan maar deel uit te maken van het totaalconcept van het complex. Dit is te verwachten van de rijke roomse cultuur van Brabant. De muurschilderingen op de toog daarnaast blijken wél afkomstig uit de begintijd van het gebouw; deze komen uit 1916, dus enkele jaren na de oplevering in 1913. “Naast de stratigrafieën maak ik, afhankelijk van wat ik tegenkom, ook puncties, sonderingen en neem ik monsters om verfdwarsdoorsnedes te kunnen maken voor microscopisch onderzoek. Zo komen we steeds meer van de historie te weten, als een soort puzzelstukjes, die bij elkaar komen en samen een steeds duidelijker verhaal vertellen. Maar er blijven ook altijd nog vragen over: je komt nooit alles te weten. Dat maakt het werk ook zo fascinerend!”
